Agglutinaat
Wanneer brokken lava in het binnenste van de krater vlakbij een ronde of spleetvormige sleuf terechtkomen, zijn ze vaak nog zo heet dat ze tot een compact gesteente samensmelten. In dit zog. agglutinaat is de oorspronkelijke vorm van de vaak meerdere meters lange lavabrokken meestal slechts met moeite te herkennen. Daarentegen zijn de slakken in het overgangsbereik naar de kraterrand weliswaar vaak samengeklonterd, maar als afzonderlijke stukken nog duidelijk zichtbaar. (vgl. SCHMINKE, H.-U., 2000: Vulkanismus)


Buntsandstein
Het geologische tijdperk Buntsandstein is het oudste gedeelte van het Trias. De in deze tijd ontstane bont gekleurde sedimentaire gesteenten zijn meestal van rode zandsteen en leisteen, maar ook van gips en steenzout. Ze ontstonden in het droge woestijnklimaat van het continentale Europa en komen voor in het Weserbergland, Harz, Thüringen, Hessen, Zwarte Woud en Odenwald; ze worden gebruikt bij wegwerkzaamheden of als baksteen voor platen bij gebouwen.


Drees
Tekens voor huidige vulkanische activiteit in de Vulkaneifel zijn onder meer de overal in de dalen van het romantische landschap opborrelende mineraalbronnen die gedeeltelijk vrij uit de bodem komen of door boringen opengelegd zijn. Deze mineraalwaters in en rond Daun onderscheiden zich slechts weinig in hun concentratie en samenstelling; het zijn "natrium-magnesium-waterstofcarbonaat-mineraalwaters". De Kelten noemden ze "Thriasan", in hoog Duits "Sauerbrunnen". In het Eifeler dialect zult u tegenwoordig echter vaker de naam "Drees" tegenkomen, die afgeleid is van het Keltische "draisen". Dit betekent "stromen".


Erosie

Erosie is het wegspoelen van losse stukken grond van het aardoppervlak door water of wind.


Eruptie
Een eruptie (van het Latijnse eruptio = uitbarsting) is een explosieachtige uitbarsting van materiaal.


Geiser
Een geiser (IJslands geysa = dwarrelen, kolken, stromen) is een hete bron die haar water in regelmatige en onregelmatige intervallen als fontein uitstoot.


Lavabom (bij Strohn)
De bijna 120 ton zware Strohner "lavabom" is een geologische bijzonderheid.

Met haar diameter van bijna 5 meter is zij een imposante, unieke getuigenis van vulkanische activiteit in de Eifel. Bij het opblazen in de steengroeve aan de Wartgesberg viel zij in 1969 vanaf een hoogte van 15 meter uit de rotswand. Burgers uit Strohn trokken haar in de winter 1980/81 op een ijsplaat met een bulldozer over de bevroren sneeuwlaag naar de huidige locatie.

Haar ontstaan was lange tijd omstreden, omdat de vulkanische krachten in de Eifel niet voldoende zouden zijn om een zo grote bol door de lucht te slingeren. Een boring in de bol bracht de oplossing: tijdens de uitbarstingen van de noordelijke Wartgesberg-vulkaan raakte een stuk kraterwand los en rolde in de sleuf terug.

Op haar weg verzamelde ze gloeiende lavabrokken, die op haar oppervlak vastkleefden. Bij de volgende uitbarsting werd de bol weer naar boven getransporteerd om daarna opnieuw omlaag te rollen. Dit schouwspel herhaalde zich meermaals tot de huidige grootte bereikt was. Daarna werd de bol in de kraterwand ingebouwd, pas door de ontginning kwam ze weer tevoorschijn.

Bron: www.vulkanhaus-strohn.de


(Kolen) bedding
Een bedding is een horizontaal uitgebreide laag van geringe dikte. Hij bestaat uit mineralen die ontgonnen kunnen worden (bijv. kolenbedding, bedding van ijzersteen). De kolenbeddingen verliepen gedeeltelijk tot aan het oppervlak. Dat betekent dat de kolen op enige plaatsen als zwart sedimentair gesteente tevoorschijn kwam. Aan het begin van het mijnwezen werd alleen aan de oppervlakte naar kolen gegraven. Deze vorm van graven ging echter reeds in de 18e eeuw ten einde, aangezien de navraag naar kolen snel toenam. De dieper gelegen kolenbeddingen bereikte men later met mijngangen en tenslotte met schachten.


Magma
Magma (Grieks: „geknede massa“) heet de massa uit gesmolten gesteente, die in delen van de bovenste aardmantel en de diepere aardkorst voorkomt. Het vermogen tot stromen van het magma is de oorzaak van het vulkanisme (zie ook vulkaan) en heeft een grote betekenis voor de vorming van gesteente, daar zich uit hard geworden magma gesteente of dieptegesteente vormt.

Hierbij onderscheidt men plutonieten, wanneer het magma in het binnenste van de aarde langzaam afkoelt en daarom kristallen vormen kan, en vulkanieten, wanneer het magma bij het uit de aarde komen aan het aardoppervlak (bijvoorbeeld als lava of in vorm van pyroclastische stromen) snel afkoelt. Tot de plutonieten behoort bijv. het graniet, tot de vulkanieten het basalt. (www.wikipedia.de)

Plooiing
De uitdrukking plooiing is in de geologie de vervorming van lagen binnen de aardkorst.


Slakken
Het begrip slakken is algemeen een beschrijving voor een poreus sediment met luchtbellen.


Sediment
(Sediment), uit het Latijnse sedimentum (bezinksel). Het sediment bestaat uit partikels die zich in een vloeistof als suspensie bevonden en afgezet hebben. Het kan ook neerslag of bezinksel genoemd worden. Door de wind getransporteerde partikels, die zich bij afnemende wind afzetten, worden eveneens sediment genoemd.


Vulkanen
Het ontstaan van vulkanen:
Lange tijd was men van mening dat vulkanisch gesteente slechts een gering aandeel aan de opbouw van de aardkorst had. Tegenwoordig weet men echter dat - inclusief de zeebodems - 3/4 van de totale aardoppervlakte uit vulkanisch gesteente bestaat. Momenteel zijn op de hele aarde ongeveer 550 vulkanen actief of in een rustige toestand, die ze echter op elk moment weer kunnen opgeven. Dat tonen de geweldige uitbarstingen van de Pinatubo op de Filipijnen van 15 juli 1991.

Hoe functioneert een vulkaanuitbarsting?
Vele vulkaanuitbarstingen functioneren zoals het ontkurken van een fles champagne. Het binnenste van de fles staat onder druk en het koolzuur is in de champagne opgelost. Wordt de fles ontkurkt, vermindert de druk en het ontwijkende koolzuur neemt de champagne mee naar boven. Bij de vulkaanuitbarsting gebeurt er iets dergelijks. In een kamer diep onder de vulkaan bevindt zich een vloeibare, onder druk staande hoeveelheid gesmolten gesteente. Ontstaat er een scheur in de aardkorst, kan de druk ontsnappen en het magma ontwijkt. De gassen, voornamelijk waterdamp, komen vrij en sleuren de smelt mee naar het oppervlak. Er ontstaat een uitbarsting. Maar niet ieder magma reageert zo. Veeleer beslist de chemische samenstelling van het magma welk vulkaantype er ontstaat resp. hoe het magma aan het aardoppervlak uittreedt.

Welke vulkaantypes bestaan er?
Hoofdzakelijk beslist het gehalte aan sio2 en waterdamp van een magmatische smelt van het gesteente hoe het magma aan het aardoppervlak uittreedt en welke vulkanische vormen daarbij ontstaan.


A. Schildvulkanen:

1. Is het gehalte aan sio2 en waterdamp van een magma gering, ontstaat een dunne lava die zonder grotere explosies optreedt. Meestal is ze aanzienlijk heter dan stroperige lava. Daarom stolt ze pas na langere tijd en kan daarom zeer lang en ver stromen. Zo ontstaan platte schildvulkanen met grote diameter en geringe hoogte (bijv. Hawaiiaanse vulkaaneilanden).
2. Is het gehalte aan sio2 laag, het gehalte aan waterdamp echter hoog, stijgen de dampbellen door het dunne magma ongehinderd naar boven. Zo ontstaan vurige lavafonteinen met slechts geringe explosies. Ook hierbij vormen zich schildvulkanen, echter met zijwaartse uitbreiding.


B. Stratovulkanen:
Heeft het magma behalve een hoog sio2-gehalte ook een hoge gehalte aan waterdamp, ontstaat een stroperig magma. Dit verspert de dampbellen de weg naar boven. Daardoor bouwt zich overdruk op die tot geweldige explosies kan leiden. Hierbij ontstaan uit de lava onder meer fijnste partikeltjes as, die kilometers hoog in de atmosfeer worden geslingerd. Wordt de druk van de waterdamp tussendoor minder, ontstaan er naast de uitbarsting van as en slakken ook uitbarstingen van magma, de zogenaamde lavastromen. Door deze mix van verschillende lagen komen stratovulkanen resp. slakkenkegels met stompe pieken tot stand. Dit zijn de meest voorkomende soorten landvulkanen. Tot dit type behoren de quartaire slakkenkegels van de Eifel, zoals bijv. de Mosenberg-Reihenvulkangruppe in de buurt van Manderscheid in de Vulkaneifel.


C. Maaren:
Maaren daarentegen zijn trechtervormige vulkanen en de op een na meest voorkomende landvulkanen. Ze ontstaan door het samenkomen en werken van heet magma en grondwater in een hydraulisch actieve breukzone in het vaste gesteente. Heftige waterdamp explosies fragmenteren het vaste gesteente ernaast en transporteren het naar boven. Na een bepaalde tijd valt de explosiekamer in elkaar en aan het aardoppervlak vormt zich een trechter. Het door de erupties - in een wal rondom de trechter - aan het aardoppervlak afgezette tefra bestaat voor 80 % uit vast gesteente en voor 20 % uit vulkanische assen en lapilli. Dit soort vulkanisme noemt men freatomagmatisme. In de Eifel werden tot dusver 75 maaren ontdekt, waarvan de meeste zogenaamde droge maaren zijn (Eckfelder Maar enz.). Enkele trechters zijn nog gedeeltelijk met meren (Meerfelder Maar, Holzmaar, Pulvermaar enz.), moerassen of vennen (Hinkelsmaar, Dürres Maar enz.) gevuld.


Windsborn bergkratermeer
Het enige bergkratermeer ten noorden van de Alpen. Water is arm aan voedingsstoffen, 1,70 waterdiepte. Verschillende uitbarstingen in de periode van 43.000 - 29.000 jaar geleden.